De marskramer van Nevelheim
- Willemijn Simpson

- Feb 14
- 3 min read
Een moderne parabel over het veranderen van je eigen waarneming
Diep in de Westelijke Wouden lag Nevelheim, een dorpje altijd gehuld in dichte mist. De nevel had ook zijn weerslag op de dorpelingen; zij liepen met gebogen hoofden. Op een dag arriveerde er een reizende koopman. Ondanks de zware mand op zijn rug stapte hij met verende tred het dorpsplein op.
Hij passeerde de smid, die nors opkeek van een zojuist gesmeed hoefijzer. ‘Wat draagt u daar, vreemdeling?’ vroeg de smid. ‘Koopwaar, mijn beste man. In deze mand zitten mijn meest speciale artikelen: brillen! Ook een voor u!’ De smid trok een wenkbrauw op. ‘Ik zie prima. Wat is het nut van nóg scherper zien als er toch alleen maar ellende te zien is? Neem dit hoefijzer; wedden dat er voorlopig geen paard een ijzer nodig heeft?’ ‘Goede smid, ik twijfel niet aan de scherpte van uw blik. Maar wát u ziet, en hóe u het ziet, daar zit het verschil. Probeer deze eens.’ De koopman reikte hem een bril aan met glazen zo helder als bergwater.
Zuchtend en enkel om de koopman zijn ongelijk te bewijzen, zette de smid de bril op. Langzaam verzachtte zijn blik. ‘Wat is dit voor tovenarij? Ik zie de wereld opeens zo anders. Welke sterkte is dit?’ ‘Geen sterkte. Het is de Bril van Optimisme.’ De smid keek naar het hoefijzer. Hij zag niet langer een ongewild object, maar puur vakmanschap. ‘Er zal vast iemand komen met een paard dat dit nodig heeft. En zo niet, dan hang ik het naast mijn deur voor geluk!’

De bakker kwam aanlopen. ‘Wilt u ook een bril?’ vroeg de marskramer. ‘U moet geen bril aan mij geven, maar aan het dorpshoofd!’ brieste de bakker. ‘Als hij de molen liet smeren, was mijn meel niet zo grof en mijn brood wél goed.’ De marskramer hield kalm een bril met een glanzend montuur omhoog. ‘Probeer het toch eens, meesterbakker.’ Met een korzelig ‘eventjes dan’ zette de bakker de bril op. Verbazing trok over zijn gezicht. ‘Ik bedenk opeens dat ik het meel zelf kan zeven of een nieuw soort robuust brood kan maken. Ik ben geen slachtoffer van het meel, ik ben de meester van het deeg!’ ‘De Bril van Eigenaarschap,’ zei de marskramer tegen de menigte die inmiddels was samengestroomd.
Weifelend stapte Lot, de jonge weefster, naar voren. ‘Meneer, ik zie alleen maar tekortkomingen in de spiegel. Heeft u iets voor mij?’ De marskramer diepte een elegante bril op met glazen als vloeibare zijde. Toen Lot hem opzette en in haar handspiegel keek, zag ze nog steeds het littekentje op haar wang, maar ze zag nu ook de zachtheid in haar blik. Ze zag een vrouw die de moeite waard was. ‘De Bril van Zelfliefde,’ zei de marskramer.
‘Hoe kan een bril de wereld zo veranderen?’ vroeg Lot. ‘De wereld verandert niet,’ antwoordde de marskramer terwijl hij zijn mand inpakte. ‘Maar jullie keken door een venster dat beslagen was door pessimisme of zelftwijfel. Ik heb jullie alleen een schoon glas aangereikt. Na een tijdje heb je het montuur niet meer nodig; dan heb je de bril in je eigen ogen verankerd.’ Met die woorden verdween de marskramer in de nevel. Die was nog steeds niet opgetrokken, maar de dorpelingen zagen daar nu het mystieke van in.
Hoe je de wereld om je heen ervaart, is een keuze. Je hebt de vrijheid om bewust een andere 'bril' te kiezen als je merkt dat je huidige kijkwijze je belemmert.
Stel dat je voor één dag de Bril van Onwankelbaar Zelfvertrouwen zou opzetten, welke beslissing of actie die je nu uitstelt, zou je dan durven nemen?
Hoe zou de communicatie met de mensen om je heen veranderen, als je de Bril van Nieuwsgierigheid zou dragen?
Als je vandaag de Bril van Mildheid zou opzetten voor jezelf, wat zou je dan tegen jezelf zeggen?
P.S. Wie zou deze parabel ook willen lezen? Deel hem gerust!




Comments